Op de koffie bij...

Gerrit Houben uit Heythuysen


Wij kunnen niet zonder vrijwilligers! Daarom lijkt het ons leuk om op zijn tijd eens bij iemand van onze vrijwilligers op de koffie te gaan voor een mooi gesprek.

Afgesproken is dat ik ’jij’ mag zeggen. Je bent Heitsenaar in hart en nieren?
Jazeker, ik ben geboren op de Antoniusstraat. Mijn ouders hebben het huis van mijn opa en oma overgenomen. Mijn opa bouwde dat huis in 1900, en daar was ook zijn zadelmakerij gevestigd. We hebben nu nog een mooie pentekening in ons huidige huis aan de muur hangen, die herinnert aan die tijd. In december 1974 zijn we verhuisd naar de hoek Brouwerslaan/ Sint Antoniusstraat, na in 1987 getrouwd te zijn met Conny hebben we daar tot mei 2008 gewoond. Sindsdien wonen we op de Vlasstraat.


Sinds wanneer ben je actief bij de kerk betrokken geraakt?
Zoals dat met veel zonen uit de gezinnen van die tijd ging, ben ik in sept. 1953 misdienaar geworden. De start liep helaas een paar weken vertraging op, omdat ik mijn arm gebroken had. Het grappige was, dat de andere jongens die tegelijk met mij misdienaars zouden worden, ook pas een paar weken later aan de slag konden. Dat was blijkbaar het toenmalige beleid. Destijds was de latere deken Geurts nog pastoor, geassisteerd door kapelaan Rutten, die naderhand pastoor is geworden in Roggel. Het was echt interessant om als lagere-school-jongen misdienaar te mogen zijn, want misdienaars mochten lessen op school missen, omdat er, m.n. op de dinsdagen, huwelijksmissen waren. Ook mocht ik op de 1e vrijdag van de maand mee als misdienaar tijdens de ziekencommunie. Dus ik heb regelmatig school mogen verzuimen, wat een jongen van die leeftijd niet heel erg vond. Ik heb echt mooie herinneringen aan die misdienaarsperiode. In die tijd werd ingevoerd dat de misdienaars die na de 6e klas de lagere school verlieten, als acoliet in de kerk konden blijven. En dat heb ik dus ook gedaan.

En hoe is de latere vrijwilligers-carrière tot stand gekomen? 
Ik ben wel altijd kerkganger gebleven, maar heb toen nooit taken binnen de kerk of de parochie gehad. Nu is het zo dat mijn vrouw en ik twee keer mee zijn geweest met een buitenland-reis, met pastoor Vankan als reisleider. Toen is er dus iets meer contact ontstaan. Tijdens de missen op die reizen heb ik geregeld als lector gefungeerd. Pastoor Vankan probeerde mij over te halen om dat ook in de kerk van Heitse te gaan doen. Daar ben ik toen nog niet op ingegaan. Via via ben ik benaderd om bij het kerkbestuur te komen. Daar had ik echter geen oren naar, omdat ik de leeftijd niet meer had om lang kerk-bestuurslid te kunnen zijn. Ik gaf aan gerust andere taken te willen doen. Zodoende werd ik eind 2019 gevraagd om tijdens uitvaarten te assisteren, en om aansluitend aan de uitvaartmis mee naar het kerkhof te gaan. En in de Coronaperiode had de kerk, toen de mensen weer naar de kerk mochten gaan, behoefte aan suppoosten, en ook dat ben ik gaan doen.  Er moest door de suppoosten genoteerd worden wie de kerk bezochten, en er werd aan ons gevraagd om ’tickets’ te controleren van kerkgangers die zich hadden opgegeven om b.v. naar een Corona-Kerstviering te komen. De functie suppoost is na Corona blijven bestaan (ik denk er ineens aan dat pastoor Lipsch de suppoosten altijd ’gastheer’ of ’gastvrouw’ noemde), en dat doe ik nog steeds. Toen waren er nog collectanten. Nu nemen de dienstdoende suppoosten deze taak erbij. Tegenwoordig hoeft er door de suppoosten alleen nog maar geturfd te worden hoeveel mensen er in de mis geweest zijn, het noteren van alle namen is na Corona niet meer nodig. Er wordt altijd een suppoostenrooster opgesteld voor twee maanden. En als er tijdens een bepaalde mis geen lector is, en ik ben er als suppoost, dan wil ik het lezen ook graag op me nemen. 

Er is in de loop van de jaren natuurlijk heel wat veranderd in de kerk. Wat merk je van het teruglopende kerkbezoek?
Tegenwoordig bezoeken tussen de 35 en de 60 personen op zondag de kerk in Heythuysen. Een enkele keer is er een misintentie waardoor er wat extra familieleden in de kerk zijn, maar dit is het wel het gemiddelde. In Leveroy is toevallig laatst nog een heel gezin gedoopt, heeft de 1e H. Communie gedaan en het Vormsel ontvangen. En dat is mooi, want ik heb in de loop van de tijd in de kerk eigenlijk helaas alleen maar mensen zien gaan i.p.v. zien komen. Dat komt in de meeste gevallen uiteraard door overlijden.

Waar houd je je in het dagelijks leven nog meer graag mee bezig?
Ik ben een van de coördinatoren van de Heitser Burenhulp. Drie maal per jaar heb ik een maand telefoondienst, en moet ik de hulpvragers koppelen aan mensen die die hulp kunnen bieden. We zien dat het aantal aanvragen nu weer behoorlijk stijgt: het gaat om b.v. vervoer naar huisarts of het ziekenhuis. Ook als men problemen heeft met computers en televisies kan Burenhulp worden ingeschakeld. Of heeft met een lamp kapot, of als er incidentele klusjes in de tuin gedaan moeten worden. Het is heel divers. Het  komt gelukkig maar zelden voor dat we hulpvragers moeten teleurstellen.
Daarnaast ben ik al meer dan 60 jaar lid van Harmonie L’Union uit Heythuysen. Ooit begonnen op de trombone, maar vanwege het gebrek aan een bas ben ik op verzoek van de toenmalige dirigent overgegaan op het spelen van de bas. En dat doe ik nog steeds heel graag. Op 8 mei a.s. viert Harmonie L’Union het 140-jarig bestaansfeest met een bijzonder concert. Tijdens het tweede gedeelte van het concert zal ook een groot aantal oud-leden mee-musiceren, en dat geeft dit jubileumconcert wel een heel bijzonder karakter. Bovendien wordt dit tweede concertgedeelte gedirigeerd door oud-dirigent Jan Cober. Ik kijk enorm uit naar deze avond!

Met welke woorden zou je dit interview willen eindigen?
Ik vind het mooi dat ik via dit vrijwilligerswerk veel contact met andere mensen heb. Vrijwilligerswerk is, zoals het woord al zegt, weliswaar vrijwillig, maar mijn motto is dat het zeker niet vrijblijvend is: als ik ingeroosterd ben, dan zorg ik ervoor dat mensen van mij op aan kunnen. En zolang mijn gezondheid het toelaat wil ik mijn huidige vrijwilligerswerk graag aanhouden.