Vormsel 2019 Afdrukken
Geschreven door Secretaris   

 

kerkrpoeverij 2018 29 november Vormsel 2019

 

 

 

 

 

 

 

 



Het vormsel vervolmaakt de doopgenade en geeft de Heilige Geest.

In overleg met dhr. mgr. hulpbisschop De Jong, de vormheer voor komend schooljaar, zijn de volgende vormseldata vastgelegd:
 
Kelpen-Oler en Grathem:  vrijdag 29 november 18.30 uur in H. Liduinakerk te Kelpen-Oler

 


 

 

 

In overleg met dhr. mgr. hulpbisschop De Jong, de vormheer voor komend schooljaar, zijn de volgende vormseldata vastgelegd:
 
Kelpen-Oler en Grathem:  vrijdag 29 november 18.30 uur in H. Liduinakerk te Kelpen-Oler

 

Katholieke Kerk[bewerken]

Samen met het doopsel en de eucharistie vormt het sacrament van het vormsel het geheel van de drie initiatiesacramenten van de Katholieke Kerk. Het is ook het Sacrament waarmee christenen uit andere tradities die zich tot het rooms-katholicisme bekeren worden opgenomen in de Kerk.

Het vormsel vervolmaakt de doopgenade en geeft de Heilige Geest. Hierdoor kan de vormeling dieper wortelen in het goddelijk kindschap en wordt hij of zij vaster ingelijfd bij Christus. Het verstevigt de band met de Kerk en haar zending. Het helpt de vormeling door woord en daad getuigenis af te leggen van het christelijk geloof. Bovenal geeft het vormsel de genade om in tijden van vervolging en verdrukking het geloof trouw te blijven en als een dappere soldaat voor Christus' overgeleverde leer in blijven te staan, ook indien de dood zou volgen. In de Middeleeuwen werd het vormsel dan ook als een belangrijke stap gezien naar het bereiken van miles Christi-ideaal.

De wezenlijke ritus van het vormsel is de zalving met het heilig chrisma van het voorhoofd van de gedoopte (in het Oosten ook van de zintuigen en andere plaatsen), samen met de handoplegging door de bedienaar en de woorden :

Accipe signaculum doni Spiritus Sancti
Ontvang het zegel van de heilige Geest, de gave Gods (vernieuwde Romeinse ritus),

of :

Signaculum doni Spiritus Sancti
Zegel van de gave van de heilige Geest (Byzantijnse ritus).

In de buitengewone vorm van de Romeinse ritus luidt de vorm bij handoplegging en zalving:

(Naam), signo te signo crucis + et confirmo te chrismate salutis, in nomine Patris + et Filii + et Spiritus + Sancti.
Ik teken u met het kruisteken en ik vorm u met de zalf des heils. In de naam van de Vader enz.

Iedere gedoopte die nog niet gevormd is, kan en moet het sacrament van het vormsel ontvangen. Een kandidaat voor het vormsel moet gedoopt zijn, zijn geloof belijden, in staat van genade zijn, de intentie hebben het sacrament te ontvangen en voorbereid zijn om de rol op zich te nemen van leerling en getuige van Christus in de kerkelijke gemeenschap en in wereldlijke aangelegenheden. Het is passend gebruik te maken van het sacrament van de boete om gezuiverd te worden met het oog op de gave van de heilige Geest.

Net zoals het doopsel kan men het vormsel slechts eenmaal ontvangen.

De oorspronkelijke bedienaar van het vormsel is de bisschop, waarmee wordt aangeduid dat dit sacrament de band met de Kerk versterkt. Indien er de noodzaak is, kan de bisschop de bevoegdheid om te vormen aan priesters toekennen, hoewel het toch passend is dat hij het zelf toedient.

In de Latijnse Kerk dient het sacrament van het vormsel aan de gelovigen toegediend te worden rond het bereiken van de jaren van het verstand (rond 7 jaar), tenzij de bisschoppenconferentie een andere leeftijd vastgesteld heeft of er stervensgevaar dreigt of een ernstige reden het anders wenselijk maakt[2].

De leeftijd waarop jeugdigen in Vlaanderen het vormsel toegediend krijgen verschilt naargelang van het bisdom of de parochie: vaak gebeurt het tijdens het laatste jaar van de lagere school (zesde studiejaar, op elf- of twaalfjarige leeftijd), maar soms op latere leeftijd (dertien tot zestien jaar). In dit laatste geval wordt er in het laatste jaar van de lagere school wel een "plechtige communie" gevierd, wat eigenlijk slechts een geloofsbelijdenis is en dus geen toediening van een sacrament (door zalving).

Bij de doop van een volwassene worden de sacramenten doopeerste communie en vormsel direct achter elkaar in één Mis uitgereikt.[3]

In de oosters-katholieke kerken wordt dit sacrament onmiddellijk na het doopsel toegediend door de priester, gevolgd door de deelname aan de Goddelijke Liturgie. De priester doet dit echter met het heilig chrisma dat de patriarch of bisschop gewijd heeft. Deze traditie brengt de eenheid van de drie initiatiesacramenten tot uitdrukking.

Het ritueel van het vormsel bestaat uit een handoplegging en de zalving met chrisma. Hierbij gaat de vormeling van oudsher knielen voor de bisschop. Dit laatste is tegenwoordig in Nederland niet erg gebruikelijk. De ouders van de jongeling, ofwel de meter en/of peter leggen de rechterhand op de rechterschouder van de jongeling. Deze moet zijn/haar doopnaam zeggen tegen de bisschop. Hierna zalft de bisschop de vormeling en wordt hij gefeliciteerd. Het vormsel wordt vaak in de periode Hemelvaart - Pinksteren (het feest van de Heilige Geest), maar kan ook in een andere tijd van het jaar plaatsvinden.

Bij de viering van het Vormsel wordt ook de paaskaars aangestoken.

Na het vormsel worden jongeren aangespoord om zich verder actief in te zetten in de Kerk, onder andere via Jeugdpastoraal.

Laatst aangepast op woensdag 24 juli 2019 11:05